Bestel vóór 10:00 | Dezelfde dag verzondenLabgeteste kwaliteit
4.8 · 17,382 geverifieerde beoordelingen

2-AG (2-arachidonoylglycerol): de tweede grote endocannabinoïde

Still life with a Cibdol product introducing 2-AG (2-Arachidonoylglycerol): The Second Major Endocannabinoid
Cibdol · 2-AG (2-arachidonoylglycerol): de tweede grote endocannabinoïde

Definition

2-AG staat voor 2-arachidonoylglycerol: één molecuul arachidonzuur op de middelste positie van een glycerolskelet. Het geldt als de tweede grote endocannabinoïde naast anandamide, en in lichaamsweefsel is het van dat tweetal de meest aanwezige. Het is een lichaamseigen molecuul, geen plantstof en geen ingrediënt.

Een vetzuur op de middelste positie

Glycerol heeft drie posities waar een vetzuur kan aanhaken. Bij 2-AG zit er precies één molecuul arachidonzuur, en dat zit op de middelste van die drie. Dat is het hele bouwplan. Scheikundig hoort het resultaat bij de esters op glycerol, dus bij een vertrouwde stofklasse en niet bij iets exotisch. In beschrijvingen van het endocannabinoïde systeem staat 2-AG genoteerd als de tweede grote endocannabinoïde, naast anandamide. Twee dingen liggen daarbij vast en zijn goed gemeten. Aan CB1 en CB2, de twee belangrijkste cannabinoïdereceptoren, is 2-AG een volledige agonist. En het enzym dat de verbinding weer afbreekt is monoacylglycerol lipase, het belangrijkste van de route. In lichaamsweefsel liggen de concentraties van 2-AG hoger dan die van anandamide, waardoor het van het paar de meest aanwezige is.

Waarom er een 2 in de naam staat

De middelste positie op het glycerolskelet is positie 2. Daar hangt het arachidonzuur, en dat cijfer schuift mee naar de volledige naam: 2-arachidonoylglycerol. In lopende tekst wordt dat vrijwel altijd 2-AG. De naam is dus letterlijk een adres op een molecuul: welk vetzuur, en op welke plek. Verder legt hij niets vast. Niets over terpenen op een analyserapport, niets over een gehalte in een flesje, niets over een plant.

Hoe 2-AG in 1995 op papier kwam

  1. Anandamide werd in 1992 beschreven. Daarmee lag er één lichaamseigen molecuul op tafel dat aan de cannabinoïdereceptoren bindt.
  2. Halverwege de jaren negentig kwam de vervolgvraag er vanzelf achteraan: als er voor deze receptoren één zo'n molecuul is, zijn er dan nog andere?
  3. Mechoulam en collega's zochten in darmweefsel. Wat ze daar beschreven was een lichaamseigen 2-monoglyceride dat aan de cannabinoïdereceptoren bindt. De publicatie kwam in 1995 uit [1].
  4. De tweede zoekroute van dat jaar liep niet via de darm maar via zenuwweefsel.
  5. Sugiura en collega's beschreven in datzelfde jaar 2-arachidonoylglycerol in de hersenen en droegen de verbinding voor als mogelijke lichaamseigen ligand van de cannabinoïdereceptor [2].
  6. De optelsom van 1995 laat zich kort noteren: twee onderzoeksgroepen, twee weefsels, één verbinding, één jaar. Verschillend vertrekpunt, dezelfde bestemming.
  7. Sinds die twee publicaties is 2-AG vaste kost. Je treft de naam aan in vrijwel elke serieuze beschrijving van dit signaalsysteem, en meestal in dezelfde zin als anandamide.
  8. De positie die de verbinding in die beschrijvingen kreeg, is de positie die ze nu nog heeft: de tweede grote endocannabinoïde, met een eigen structuur, een eigen receptorprofiel en een eigen afbraakenzym.

Het tweetal en waar de cijfers uiteenlopen

  1. Het bruikbaarste detail bij 2-AG is de vergelijking. Het molecuul wordt bijna nooit alleen genoemd, maar samen met anandamide, en daar zit ook het verschil in.
  2. Dat verschil is een kwestie van schaal. De gemeten concentraties van 2-AG in lichaamsweefsel liggen hoger dan die van anandamide.
  3. Van het paar is 2-AG dus de meest aanwezige. Dat is geen kleine nuance, maar het punt waarop de twee in de literatuur van elkaar afwijken.
  4. Die schaal heeft het onderzoek zelf gestuurd: er is veel meetwerk aan 2-AG verricht, juist omdat er meer van te meten valt.
  5. Zorgvuldig meten was daarmee het vroege huiswerk bij deze verbinding. Eerst identiteit en vindplaats vastleggen, daarna de rest.
  6. Beide moleculen zijn endocannabinoïden. Ze worden in het lichaam zelf gemaakt, uit vetzuurbouwstenen, en dat is precies wat ze scheidt van de cannabinoïden die uit een plant komen.
  7. 2-AG hoort scheikundig bij de esters op glycerol. Anandamide en 2-AG staan naast elkaar in de tekstboeken, maar ze zijn niet hetzelfde soort molecuul.
  8. Wat over 2-AG als paarhelft goed gedocumenteerd is, blijft beperkt tot vier dingen: identiteit, structuur, verdeling in het lichaam en afbraakroute.

Volledige agonist aan CB1 en CB2

  1. CB1 en CB2 zijn de twee belangrijkste cannabinoïdereceptoren. Bij beide is 2-AG een volledige agonist.
  2. Het woord volledig doet daar het werk. Het gaat om volledige activering van de receptor, niet om gedeeltelijke.
  3. Die twee receptoren tellen samen, niet apart. Het profiel van 2-AG dekt CB1 en CB2, en dat is ongebruikelijk genoeg om te noteren.
  4. Voor de afbraak is monoacylglycerol lipase het belangrijkste enzym. Ook dat staat in de standaardbeschrijving van de verbinding.
  5. Dat het om een ester op glycerol gaat, hoort bij hetzelfde plaatje: een stofklasse met een gedocumenteerde afbraakroute.
  6. Omdat 2-AG beide receptoren volledig activeert, dient het in de literatuur als ijkpunt. Andere verbindingen aan dezelfde receptoren worden ertegen afgezet, plantcannabinoïden inbegrepen.
  7. Een ijkpunt is een vergelijkingsmaat, niets meer. Wat er over een andere stof aan CB1 of CB2 gemeten is, staat in het onderzoek naar die stof, niet in het dossier van 2-AG.
  8. De vier goed gedocumenteerde punten blijven daarmee overzichtelijk: wat het is, hoe het gebouwd is, waar het zit en hoe het weer verdwijnt.

Lichaamseigen molecuul tegenover plantstof

  1. Eerst de woordenschat, want daar gaat het in dit onderwerp meestal mis. 2-AG is geen plantcannabinoïde.
  2. Endocannabinoïden zoals 2-AG en anandamide maakt het lichaam zelf, uit vetzuurbouwstenen. Ze komen niet uit een oogst.
  3. 2-AG is dus geen ingrediënt. Het is ook geen bestanddeel van een hennepextract, en het staat op geen enkele ingrediëntenlijst.
  4. Zoek je op cbg olie of cannabigerol olie, dan kom je uit bij producten met cannabinoïden uit de plant. Dat is een andere kolom dan deze pagina.
  5. Hetzelfde geldt voor cbg druppels of voor terpenen: namen uit het plantendossier, niet uit de lijst met lichaamseigen moleculen.
  6. Vragen rond cbd wetgeving gaan over producten en over wat er op een label en in een chargerapport staat. Een lichaamseigen molecuul valt daar simpelweg buiten.
  7. Wie een cbg cbd olie naast dit onderwerp legt, vergelijkt twee verschillende dingen: een flesje met een gedocumenteerde samenstelling en een molecuul uit het endocannabinoïde systeem.
  8. Bij Cibdol werken we sinds 2014 met cannabinoïden, en we zien beweringen over juist dit molecuul meer dan eens verder gaan dan de gegevens toelaten. Daarom houden we het hier bij wat er in 1995 en daarna is vastgelegd.

De gegevens, regel voor regel

  1. Naam: 2-AG is de afkorting van 2-arachidonoylglycerol.
  2. Structuur: één molecuul arachidonzuur op de middelste positie van het glycerolskelet, en die middelste positie is positie 2.
  3. Stofklasse: een ester op glycerol.
  4. Status: de tweede grote endocannabinoïde, standaard genoemd naast anandamide.
  5. Concentratie: in lichaamsweefsel de meest aanwezige van het tweetal, met hogere gemeten waarden dan anandamide.
  6. Receptorprofiel: volledige agonist aan CB1 en CB2, met volledige activering en niet gedeeltelijke.
  7. Afbraak: monoacylglycerol lipase is het belangrijkste enzym van de route.
  8. Ontdekking: 1995, twee groepen. Mechoulam en collega's vonden het lichaamseigen 2-monoglyceride in darmweefsel [1], Sugiura en collega's beschreven 2-arachidonoylglycerol in de hersenen als mogelijke lichaamseigen ligand [2].
  9. Goed gedocumenteerd: identiteit, structuur, verdeling en afbraakroute. Verder dient het profiel aan CB1 en CB2 als vergelijkingspunt voor andere verbindingen aan dezelfde receptoren.

Veelgestelde vragen

Zit 2-AG in een hennepextract?
Nee. 2-AG is een lichaamseigen molecuul dat uit vetzuurbouwstenen wordt opgebouwd, geen bestanddeel van een hennepextract en geen ingrediënt. Je vindt de naam dus niet op een ingrediëntenlijst en niet in een chargerapport. Wat daar wel staat, zijn cannabinoïden uit de plant en soms terpenen. De verwarring komt vaak van het woord cannabinoïde, dat zowel voor plantstoffen als voor lichaamseigen moleculen als 2-AG en anandamide wordt gebruikt.
Waar komt het cijfer in 2-arachidonoylglycerol vandaan?
Van de plek van het vetzuur. Glycerol heeft drie posities waar een vetzuur kan aanhaken, en bij deze verbinding zit één molecuul arachidonzuur op de middelste. Die middelste positie heet positie 2, en dat cijfer komt terug in de naam. Scheikundig gaat het om een ester op glycerol. De naam beschrijft dus enkel de bouw: welk vetzuur, op welke positie.
Wat houdt volledige agonist aan CB1 en CB2 in?
CB1 en CB2 zijn de twee belangrijkste cannabinoïdereceptoren. 2-AG bindt aan beide en activeert ze volledig, niet gedeeltelijk. Dat profiel is de reden dat de verbinding in de literatuur als ijkpunt dient: andere stoffen aan dezelfde receptoren worden ertegen afgezet, cannabinoïden uit de plant inbegrepen. Een ijkpunt is een vergelijkingsmaat en zegt niets over een andere stof; die gegevens staan in het onderzoek naar die stof zelf.
Waarom staan 2-AG en anandamide altijd samen genoemd?
Omdat ze het paar vormen waarop de beschrijving van dit signaalsysteem rust. Anandamide werd in 1992 beschreven, 2-AG in 1995 door twee groepen: in darmweefsel [1] en in hersenweefsel [2]. Het bruikbaarste detail is juist de vergelijking. In lichaamsweefsel liggen de gemeten concentraties van 2-AG hoger dan die van anandamide, en dat verschil in schaal verklaart waarom er zoveel meetwerk aan 2-AG is gedaan.

Over dit artikel

Luke Sholl schrijft sinds 2011 over cannabinoïden, CBD en de bredere voordelen van de natuur. Zijn achtergrond omvat praktijkervaring met de cannabisteelt gedurende de volledige cyclus van zaad tot oogst, zowel in aarde

Dit wiki-artikel is opgesteld met hulp van AI en gecontroleerd door Luke Sholl, Schrijver over CBD en welzijn. Redactioneel toezicht door Joshua Askew.

Redactionele normenAI-gebruiksbeleid

Medische disclaimer. Deze inhoud is uitsluitend bedoeld ter informatie en vormt geen medisch advies. Raadpleeg een gekwalificeerde zorgverlener voordat je een stof gebruikt.

Laatst beoordeeld op 26 augustus 2026

Referenties (2)

  1. [1]Mechoulam, R. et al. (1995). Biochemical Pharmacology, 50(1), 83-90. DOI: https://doi.org/10.1016/0006-2952(95)00109-d
  2. [2]Sugiura et al. (1995). 2-Arachidonoylglycerol: a possible endogenous cannabinoid receptor ligand in brain. DOI: https://doi.org/10.1006/bbrc.1995.2437

Fout gezien? Neem contact met ons op

Gerelateerde artikelen

Still life with a Cibdol product introducing Does CBG Make You Sleepy
cluster

Word je slaperig van CBG?

De bewering over CBG en slaperigheid wordt breed herhaald, maar een publicatie die haar vastlegt, ontbreekt. Wat er wel ligt, is een review uit 2021 die receptoren in kaart brengt [1].

Still life with a Cibdol product introducing THCA vs THC: One Carboxyl Group
cluster

THCA en THC: één carboxylgroep verschil

Eén carboxylgroep scheidt THCA van THC. Wat er in de plant zit, wat decarboxylatie verandert en waarom dezelfde plant twee cijfers kan opleveren.

Still life with a Cibdol product introducing What Is Broad Spectrum CBD
cluster

Broad spectrum CBD: wat de term vastlegt

Broad spectrum, full spectrum en isolaat beschrijven de samenstelling van een extract, niet een meetuitslag. Wat je per flesje echt kunt narekenen, staat in de onafhankelijke analyse van die charge.

Still life with a Cibdol product introducing What Is THCP
cluster

Wat is THCP? De cannabinoïde uit 2019

Tetrahydrocannabiforol werd in 2019 beschreven door de onderzoeksgroep onder leiding van Cinzia Citti. Wat er op papier staat: een zijketen van zeven koolstofatomen, een zure vorm en één set metingen aan de CB1-receptor.

Still life with a Cibdol product introducing What CBD Research Actually Covers
cluster

Waar CBD-onderzoek precies over gaat

Vier publicaties, vier soorten gegevens: farmacokinetiek uit 2018, een verdraagbaarheidsoverzicht uit 2017, een labmeting uit 2005 en placebo en nocebo uit 2020. Wat ze vastleggen, en waar de gegevens ophouden.

Still life with a Cibdol product introducing Serotonin: What It Is, Where It Lives
cluster

Serotonine, 5-HT en zeven receptorfamilies

Van scheikundige naam naar receptornotatie, en van receptornotatie naar één in-vitrorapport uit 2005. Wat daar precies in staat, en waar de zin ophoudt.

Still life with a Cibdol product introducing PEA (Palmitoylethanolamide): Anandamide's Chemical Relative
cluster

PEA (palmitoylethanolamide): scheikundige verwant van anandamide

Palmitoylethanolamide en anandamide horen bij dezelfde scheikundige familie en verdwijnen via dezelfde soort reactie. Wat daaruit volgt voor de indeling, en wat niet.

Still life with a Cibdol product introducing How the Endocannabinoid System Was Discovered
cluster

Hoe het endocannabinoïde systeem is ontdekt

Eerst het plantmolecuul, daarna de receptor, en pas als laatste de moleculen die het lichaam zelf aanmaakt. De jaartallen achter die omgekeerde volgorde, met de publicaties erbij.

Still life with a Cibdol product introducing What Is Clinical Endocannabinoid Deficiency (CECD)?
cluster

CECD: klinisch endocannabinoïde tekort als hypothese

Een naam die klinkt als een uitslag, maar hoort bij een voorstel. Wat er over CECD daadwerkelijk op papier staat, en wat de literatuur eromheen open laat.